| Garbologie, Een alternatieve vorm van bedrijfsspionage |
|
|
|
|
Eveline Lubbers, zomer 1994 Geschreven voor een bundel over bedrijfsspionage, www.evel.com "Spionage in de Derde-Wereldbeweging", "Oud papier ging rechtstreeks naar beveiligingsbedrijf". Niet alleen ondernemingen kunnen slachtoffer worden van bedrijfsspionage, ook actiegroepen zijn doelwit. Dat werd duidelijk in de zomer van 1994. Een medewerker van een beveiligingsadviesbureau bleek niet alleen als vrijwilliger automatiserings-klusjes te doen bij een aantal belangenorganisaties. Hij haalde ook bij tientallen clubs het oud papier op. Kofferbakken vol verdwenen rechtstreeks naar het kantoor van Algemene Beveiligings Consultants in Vinkeveen. Deze 'garbologie' heeft vele mogelijkheden. Interne stukken, notulen, post en wat er zo meer in de prullenbak verdwijnt kan aangevuld met informatie uit openbare bronnen als eigen periodieken en jaarverslagen aan aardig beeld opleveren van de bezigheden en plannen van de Derde-Wereldbeweging en vredesgroepen. Materiaal genoeg om interessante risico-analyses te maken voor bedrijven die in de belangstelling staan van actiegroepen. 1.De waarde van informatie is toegenomen door de verscherpte concurrentieverhoudingen. Het is voor bedrijven van groot belang zo vroeg mogelijk te weten wat de concurrent gaat doen. Er kunnen zich echter ook andere problemen voordoen die zeer schadelijk zijn voor de marktpositie. Een onderneming kan onderwerp worden van een boycotcampagne, of het mikpunt van aanslagen. Wat te doen tegen acties? Allereerst: informatie verzamelen. Ondernemingen willen weten wat hen te wachten staat. Over maatregelen die genomen worden is zeer weinig bekend. Is bedrijfsspionage al geen favoriet onderwerp, de kwestie van het verzamelen van inlichtingen over politieke tegenstanders is zo mogelijk nog moeilijker materie.1 Dit artikel probeert een overzicht te geven van wat bedrijven ondernemen die te maken krijgen met actiegroepen. Blijven ze de toestand zo lang mogelijk negeren? De Universiteit Twente onderzocht hoe dat komt. Of huren ze een extern onderzoeksbureau in? Shell liet in de Verenigde Staten een compleet strategieplan ontwikkelen tegen de boycotcampagne, die ook in Nederland merkbaar was. Hoever gaat dat? Van wat voor methodes bedienen dit soort particuliere onderzoekers zich? Voor sommige bedrijven lijkt het aannemen van beveiligingsexperts een betere oplossing. Tot slot wordt de markt voor politieke inlichtingen bekeken aan de hand van de ontmaskering van de oud
papierman. Verschillende actiegroepen constateerden dat interne stukken in verkeerde handen terecht waren
gekomen. Wat heeft dat voor consequenties? En weten cliënten van ABC niet veel meer dan dat ze laten
merken? 2.De problematiek werd urgent toen het SHV-concern zich midden jaren tachtig geconfronteerd zag met een serie geslaagde brandstichtingen bij filialen van de Makro. Het concern voelde zich uiteindelijk genoodzaakt toe te geven aan de eisen van de RARA en trok zich terug uit Zuid Afrika.Dat was aanleiding voor intensivering van het informeel overleg tussen bedrijfsleven en inlichtingendiensten. De mogelijkheden voor een public-private-partnership werden afgetast, om documentatie over mogelijk criminele en politieke dreigingen samen te brengen. De Stichting Maatschappij en Politie publiceerde naar aanleiding van deze gedachtewisselingen in 1988 het boekje 'Wie keert het geweld in Nederland. Bedrijfsleven, politie en (politiek) geweld'. De angst bestond dat "wanneer de overheid onvoldoende inspeelt op de huidige ontwikkeling de kans groot (is) dat het bedrijfsleven zich afkeert van de overheid en er een situatie ontstaat waarin ondernemers vaker het heft in eigen hand nemen." De nota waarschuwt met zoveel woorden tegen "allerlei bedrijfjes die zich 'specialiseren' in het verzamelen van inlichtingen over personen en groepen ten behoeve van bedrijven".2 In de jaren daarna is van een meer gestructureerd inlichtingenoverleg niet veel terechtgekomen. De bestaande
contacten blijven informeel en hebben overwegend "een zeer incidenteel en sporadisch karakter".3 Een van de
belangrijkste redenen daarvoor is de aard van de werkzaamheden van de BVD: eerder geneigd informatie te
verzamelen dan te verstrekken. Dat levert niet alleen problemen op met concurrerende diensten -de CRI en de
recherche- maar ook met de buitenwacht. Bovendien staat het bedrijfsleven niet te springen om gezamelijk bij
de dienst op de thee te gaan. De vertrouwelijkheid van de betreffende informatie is daar debet aan.
Beveiligingsfunctionarissen van bedrijven houden liever vast aan de comfortabele positie van goede contacten
met oude bekenden. Als nadeel voeren de betrokkenen aan dat, omdat dit alles zich aan het zicht onttrekt,
soms de indruk ontstaat dat deze uitwisselingen het daglicht niet kunnen verdragen.4
3.Waarom zijn grote bedrijven steeds weer onderwerp van maatschappelijke actie? En waarom lijken ze niet in staat daar iets aan te doen, ondanks het feit dat de onderhavige problematiek vaak al jarenlang speelt?Aan de Universiteit Twente is onlangs een promotie-onderzoek afgesloten naar de betrekkingen tussen maatschappij en onderneming. Maarten van Riemsdijk publiceerde zijn dissertatie onder de titel 'Actie of Dialoog?'5 Als cases onderzocht hij de acties tegen Procter & Gamble, Nestlé en Shell en constateerde dat er een vast patroon zit in de reacties van de bedrijven. De relevantie van maatschappelijke ontwikkelingen wordt zo lang mogelijk ontkend en de problemen te lang genegeerd. De ondernemingen zijn steeds pas bereid tot een gesprek als het te laat is. "Ignorance gets them in trouble; arrogance keeps them there."6. Van Riemsdijk concludeert (met Habermas) dat deze taktiek van negeren voortkomt uit een onvermogen te
communiceren op een ander niveau dan dat van het geld en economische belangen. In die zin is het wel
begrijpelijk dat ondernemingen pas reageren als er duidelijke eisen gesteld worden die het bedrijf financieel of
anderzins schade opleveren. Dat is taal die aanspreekt. Met de actievoerders valt in dat stadium echter al niet
meer te praten. De acties eindigen meestal pas als het bedrijf noodgedwongen het beleid aanpast in de richting
van de eisen, of -in het geval van Shell- als de omstandigheden zich zo drastisch wijzigen dat de eisen
vervallen.
Van Riemsdijk ziet meer in een tijdige aanpassing van het beleid. Volgens hem is de beste strategie om acties
te voorkomen dat ondernemingen in een vroegtijdig stadium problematische issues ter discussie stellen. In een
eerlijke open dialoog met alle maatschappelijk betrokkenen op initiatief van het bedrijfsleven.
4.Het bekendste voorbeeld van een multinational die zich door een gespecialiseerd bureau laat adviseren tegen een internationale boycot, is dat van Shell en Pagan.De koninklijke Shell liet in de Verenigde Staten een compleet strategieplan maken door het adviesbureau van
Rafael Pagan. Dit advies, het Neptunus-rapport8, kwam kort nadat het was aangeboden onbedoeld in de
openbaarheid en geeft een aardige inzage in het arsenaal dat ingezet kan worden tegen actievoerders.
De problemen in Amerika worden voor Shell serieus als de mijnwerkersvakbond begin 1985 een
consumentenboycot uitroept. Aanleiding is een arbeidsconflict in de Rietspruitmijn -voor 50% eigendom van
Shell- in Zuid Afrika. De eis is aanvankelijk terugdraaiing van de ontslagen na een bloedig onderdrukte
staking. Al snel sluiten omvangrijke en overkoepelende vakbondsorganisaties zich bij de boycot aan en worden
contacten gelegd met actieve anti-apartheidsgroepen en verschillende Amerikaanse kerken. Grote beleggers
zoals pensioenfondsen maar ook universiteiten en steden blijken bereid hun 'aandelen in apartheid' te
verkopen. De organiserende groepen claimen zelfs dat eind november 1986 ruim 60 miljoen dollar uit Shell
was teruggetrokken door aandeelhouders die het niet eens waren met Shell's beleid in Zuid Afrika.9
In het Neptunus-rapport ontwikkelt Pagan een vijfjarenplan: de boycot moet geneutraliseerd en zo mogelijk
helemaal beëindigd worden. Het honderden pagina's dikke stuk beslaat het hele spectrum van mogelijke
tegenstanders; in het jargon van een spionagedienst wordt een compleet intelligence plan ontvouwen. De
media, het onderwijs, zelfs Shell-medewerkers die lid zijn van een politieke organisatie moeten
geïnventariseerd en benaderd worden.
Pagan adviseert Shell vooral in gesprek te blijven met de invloedrijke kerkelijke groeperingen, die -zeker in Amerika- gezien worden als de kritische massa. Doel is radicale leiders te isoleren van de grote meerderheid van de achterban, fatsoenlijke mensen die oprecht bezorgd zijn. Pagan in een lezing12: "We moeten de activisten ontdoen van het morele gezag dat ze ontlenen aan hun bondgenoten, religieuze organisaties." Kerkleiders, geselecteerd op integriteit en bereidheid mee te werken, krijgen vertrouwelijke documenten voorgelegd om zo overtuigd te raken van de oprechte bedoelingen van de onderneming. De eigen werknemers worden gezien als een bron van informatie en verwervers van steun. Door ze intensief te betrekken bij het besluitvormingsproces van het bedrijf, verzeker je je volgens Pagan van hun medewerking en trouw aan de zaak. Om de aandacht van de boycotactie af te leiden krijgt Shell South Africa de raad te wijzen op wat het bedrijf ter plaatse concreet doet tégen apartheid. Internationaal moet de aandacht af van de actuele situatie door de nadruk te leggen op de problematiek van Zuid Afrika in het post-apartheid tijdperk. Een conferentie over dat onderwerp in september 1987 -toegang 650 dollar per persoon- mislukte gedeeltelijk toen bleek dat Shell erachter zat. Verschillende kerkleiders trokken zich terug omdat Pagan-zelf en iemand van Mobil Oil zitting hadden in het comité van aanbeveling.13 Het blijft niet altijd bij adviezen. Raphael Pagan stond ook aan de wieg van een organisatie van Amerikaanse
zwarte geestelijken die het niet eens zijn met sancties tegen Zuid Afrika. Centrale stelling van deze 'Coalitie
voor Zuidelijk Afrika' was dat de zwarten in Zuid-Afrika het zwaarst getroffen worden als bedrijven hun
investeringen zouden terugtrekken. Het COSA kreeg gratis onderdak en faciliteiten in het kantoorpand van
Pagan, het startkapitaal -1,6 miljoen gulden- kwam o.a. van Mobil Oil en Johnson & Johnson. Na het bekend
worden van zijn betrokkenheid legde Pagan zijn functie als betaald adviseur van COSA neer, om de indruk te
vermijden dat de organisatie een speelbal van het bedrijfsleven was.14
Shell Nederland heeft zich altijd gedistantieerd van het Neptunus-rapport. Het rapport, inderdaad gemaakt in opdracht van Shell Amerika, is echter blijkens de omslag bedoeld "voor gebruik in de Verenigde Staten en voor de ontwikkeling van een wereldwijde coördinatie binnen de Royal Dutch Shell Group." Bovendien staat vast dat de top van Pagan International op het hoofdkantoor in Den Haag is geweest. Ook heeft president-directeur L.C. van Wachem over dit document overlegd met Pagan in Houston, Texas.15 Op de dag dat het bestaan van het Neptunusrapport onthuld wordt, in oktober 1987, voert Shell Nederland een
eerste gesprek met kerkelijk leiders. Alhoewel dit precies past in de lijn van het advies, blijft Shell ontkennen
dat Pagan erachter zit. "Shell Nederland heeft absoluut geen behoefte aan zo'n rapport" zegt voorlichter Van
Rooijen tegen Hervormd Nederland, "Wij doen het eerlijk en met open vizier". Onbedoeld geeft Van Rooijen
met deze uitspraak een oordeel over de handelwijze van zijn Amerikaanse zuster Shell Oil concludeert het
weekblad fijntjes.16
5.Een ander bedrijf dat in het gat op de markt springt is het internationaal gerespecteerde Control Risks, bekend
door hun specialisme onderhandelen bij gijzelingszaken.
Control Risks richt een geheim genootschap op om onderzoek te doen naar de "potentiële bedreiging van de
veiligheid" door de anti-apartheidsbeweging in Europa. Vijfduizend gulden moet het lidmaatschap kosten
volgens de zeer vertrouwelijke prospectus die het veiligheidsbedrijf in 1986 toestuurde aan eventuele klanten.
Elke anti-apartheidsgroep in Europa zal worden onderzocht, een aantal organisaties in Nederland staan
expliciet vermeld. Niet alleen onderlinge banden en relaties met sympathiserende bewegingen, maar ook
contacten met politieke partijen en de banden met de bevrijdingsbewegingen in Zuidelijk Afrika worden
nagegaan. En niet te vergeten: "de mogelijkheid dat andere militante of terroristische organisaties de Zuidafrikaanse kwestie exploiteren door de anti-apartheidsbeweging te infiltreren of via gewelddadige actie uit
solidariteit".17
Dat voor dit onderzoek gebruik zou worden gemaakt van controversiële methodes of van informatie afkomstig van inlichtingendiensten ontkent het bedrijf met kracht. De staf van Control Risks bestond en bestaat echter voornamelijk uit mensen afkomstig van hoge posten bij de politie en inlichtingendiensten. Directeur Onderzoek is Peter Janke, die al sinds de jaren zeventig zeer innige contacten met inlichtingendiensten uit Rhodesië en Zuid Afrika onderhoudt. De woordvoerder van Control Risks, Christopher Grose, een voormalige majoor van de Britse anti-terreureenheid SAS, ontkent tegenover de correspondent van NRC Handelsblad dat het veiligheidsbedrijf de anti-apartheidsbewegingen bespioneert. "Wij zijn niet bezig met een infiltratie-operatie om via illegale, immorele of onethische wegen aan informatie te komen." Grose houdt vol dat inlichtingen uit alle mogelijke open bronnen komen: "Wij ontvangen geen geheime informatie uit officiële bronnen en willen dat ook niet. We zijn een informatiedienst, geen geheime inlichtingendienst". Hij moet echter toegeven dat mensen van Control Risks zich bij het maken van interviews met betrokkenen niet bekend maken als medewerkers aan dit supergeheime project.18 De Anti Apartheidsbeweging Nederland werd niet rechtstreeks benaderd om informatie; een medewerker
stuurde Control Risks wel een exemplaar van het AABN-jaarverslag mét een vergelijkbaar prijskaartje. Het
materiaal kwam per kerende post retour met een kort briefje dat Control Risks al over alle relevantie
informatie beschikte.....19
Bij de maatregelen die bedrijven nemen tegen actievoerders spelen dezelfde discussies als bij bedrijfsspionage.
Rechercheadviesbureaus die in opdracht onderzoek verrichten bedienen zich van methodes die
inlichtingendiensten niet vreemd zijn. Aangewende taktieken spelen zich af op het grensgebied van het
juridisch toelaatbare. Particuliere onderzoekers hebben connecties met politie of geheime diensten die het
daglicht maar nauwelijks kunnen verdragen, veel inlichtingen worden gewonnen via het old boys network.
Maar voor lang niet alle ondernemingen is het noodzakelijk buitenstaanders in te schakelen. Van sommigen
bedrijven is bekend dat ze zelf de nodige maatregelen namen. Shell Nederland heeft altijd gezegd geen gebruik
te maken van de diensten van Raphael Pagan of van Control Risks. Dat dat niet nodig was valt te verklaren uit
de bezetting van de eigen veiligheidsdienst. Voor het in kaart brengen van de omvang en kracht van de
actiegroepen doet Shell begin jaren tachtig een gouden greep. Chef beveiliging werd het voormalig hoofd van
de Plaatselijke Inlichtingen Dienst Amsterdam, E. van de Veer. Hij maakt volop gebruik van zijn voormalige
collega's bij de overheid; voor hem zijn competentiegeschillen tussen de BVD en de CRI geen probleem. Dat ook Shell Nederland zich niet altijd van even nette methodes bedient, blijkt uit het volgende verhaal.
Lange tijd maakte het bedrijf zich niet al te druk over de acties. De omslag komt als steeds meer gemeentes
zich uitspreken tegen Shell21. In 1986 is er in ruim tachtig gemeentes een anti-apartheidsmotie aangenomen. In
dezelfde tijd doet het Instituut voor Psychologisch Markt Onderzoek een opinieonderzoek over de
aanwezigheid van het Nederlandse bedrijfsleven in Zuid-Afrika. Enqueteurs vragen gemeenteraadsleden naar
hun mening over het terugtrekken van het bedrijfsleven en de consequenties die dat zou hebben. Door de
vragen wordt de suggestie gewekt dat het boycotten van Shell-produkten door gemeentes wel eens illegaal zou
kunnen zijn. Volgens de begeleidende brief bij de enquête is de opdrachtgever voor het onderzoek 'een groot
bedrijf'. Dat het Shell is krijgen de ondervraagden niet te horen.22 Een fraaie manier om erachter te komen of
de boycot in Nederland zal aanslaan.
Ook Holiday Inn Amsterdam richtte een eigen afdeling beveiliging op. Robin van Doorn, chef security: "Het Holiday Inn Crowne Plaza-hotel in Amsterdam is gebouwd op het terrein van een van de laatste grote krakersbolwerken uit de jaren tachtig. Na de ontruiming zworen de krakers het gebouw onmiddellijk weer te bezetten zodra het opgeleverd zou worden als hotel." Buiten de voor de hand liggende maatregelen als bewakers, een meldkamer en technische surveillance in en om het hotel werden er ook inlichtingen verzameld. Van Doorn: "Buiten de krakers is ook de anti-apartheidsbeweging een bedreiging geweest voor het hotel. Holiday Inn is immers sterk vertegenwoordigd in Zuid Afrika. De beveiligingsafdeling heeft veel tijd en energie besteed aan het vergaren van informatie over de plannen en activiteiten van deze beweging".23 Kleinere ondernemers zetten incidenteel particuliere detectives in. Recherchebureau Het Oosten werd in 1993 ingeschakeld door een groep Arnhemse autodealers die zich groen en geel ergerden aan mensen die billboards met autoreclames bekladden. P. van Elk, directeur van dit eenmansbedrijf: "De politie wist ervan, maar die kan niet nachtenlang gaan posten. Trouwens, ik ook niet, dus heb ik geprobeerd iemand binnen die groep te krijgen. En dat lukte." De politie van Arnhem kreeg een 'heterdaadje' op een presenteerblaadje aangeboden, maar niet nadat Van Elk foto's liet maken van de kladactie. Op basis van dat bewijsmateriaal zijn enkele leden van de groep 'Ga toch fietsen' door de rechter veroordeeld. De detective werkt alleen in opdracht aan de oplossing van een probleem: "Voor het systematisch verzamelen van informatie over dit soort groepen met je bij een ander zijn".24 7.De vraag is in hoeverre er tegenwoordig nog een markt is voor politieke inlichtingen. De actiebeweging van
de jaren tachtig is over haar hoogtepunt heen, het tij in Zuid Afrika lijkt ten goede gekeerd en multinationals
zijn in rustiger vaarwater beland.
Het gaat heden ten dage niet meer om grimmige anti-apartheidsstrijd of grote boycotcampagnes, hardere acties
of brandaanslagen. Maar bedrijven kunnen ook op subtielere manier de behoefte hebben op de hoogte te
blijven van wat er speelt. Het kan om allerlei redenen van belang zijn de plannen van de betreffende groepen te kennen om er tijdig op
in te kunnen spelen.
Een van de weinigen die er openlijk voor uitkomt zich bezig te houden met het verzamelen van politieke inlichtingen is Peter Siebelt uit Vinkeveen. Zijn bedrijf Algemene Beveiligings Consultants (ABC) kwam in de zomer van 1994 nogal opvallend in het nieuws. Een van zijn medewerkers, Paul Peter Oosterbeek, bleek onder valse naam te infiltreren in een aantal belangengroepen. 'Marcel Paul Knotter' haalde oud papier op bij tientallen organisaties in Amsterdam en Utrecht, waaronder Pax Christi en de Parlementariërs tegen Apartheidclub van Jan Nico Scholten, Awepa. Hij reed daarmee niet naar de school in de Bijlmer waarvoor het bedoeld was, maar bracht het naar Vinkeveen.25 Op dat adres zit achter een hoge muur, videocamera's en een hek met ijzeren punten het kantoor van ABC. Siebelt begon zijn rechercheadviesbureau in 1986, de tijd van de Rara-aanslagen en de Shell-acties. Nederlandse bedrijven met belangen in Zuid Afrika willen weten wat hen te wachten staat. Het aanbieden van interne informatie of risico-analyses op basis daarvan lijkt een lucratieve business. De directeur van ABC is geen onbekende. Begin jaren tachtig was hij, als eigenaar van de bewakingsdienst Siebelt Beveiliging in de Amsterdamse Bijlmer, een veel geciteerd 'bekend veiligheidsadviseur'. Interviews uit de begintijd van ABC laten weinig aan duidelijkheid te wensen over. Discretie was toen nog niet zo essentieel. Tegen Het Parool zei Siebelt in 1986: "Je hebt natuurlijk organisaties die door beleggingen in en contacten met
bepaalde landen in de belangstelling staan van terroristische groepen. (..) Het kan ook zijn dat een bedrijf ten
onrechte denkt geen risico te lopen, maar intussen staan ze er niet bij stil dat ze geld hebben geïnvesteerd in
een omstreden project in Zuid Afrika of Israël, om maar iets te noemen. Dan staan ze opeens wèl op een lijst.
Ik denk dat bedrijven zich daarvan steeds meer bewust moeten zijn en in het uiterste geval zal zo'n investering
ongedaan moeten worden gemaakt."
In zijn begintijd als bewaker deed hij veel ervaring op met stakingen en bood zich aan om de directie te
beveiligen. Hij was de -bij stakers gehate- controleman van het management bij Ogem voor
bedrijfsbezettingen; hij waarschuwde Boskalis toen zich daar vergelijkbare problemen voordeden.27 Siebelt
ging actief de boer op met zijn diensten. Paul Oosterbeek legde in 1990 contact met elite-onderzoeker Jos van
Hezewijk in Uden. Hij wist de onderzoeker een copie van het bestand 'Rijke mensen en hun dubbelfuncties' af
te troggelen. Voor ABC bood dit uitstekende mogelijkheden ter uitbreiding van het klantenbestand: een deel
van dit select gezelschap had ongetwijfeld behoefte aan een regelmatige risico-analyse.
Omdat de directeur de laatste jaren minder geneigd is tot het geven van interviews, is de kijk op de afnemers van ABC beperkt. Enig inzicht biedt de carrière van Paul Oosterbeek. Hij begon zijn activiteiten acht jaar geleden als vrijwilliger bij Osaci, een kerkelijke organisatie die onderzoek doet naar investeringen in de Derde Wereld. Deze 'Marcel Paul Knotter' deed zich voor als onderzoeker met een interessegebied dat varieerde van bedrijven met belangen in Zuid Afrika tot extreem rechtse connecties met apartheid. Zijn persoonlijke hobby was naar believen invloedrijke families (de Brenninkmeijers, de Fenteners) of machtige multinationals (Unilever, Van Leer) - maar zelf leverde hij nooit veel informatie. Bij vergaderingen van het 'Schone Kleren Overleg' over C&A, illegale naaiateliers en lage lonenlanden leerde hij andere Derde-wereldorganisaties kennen. 'Marcel Knotter' kreeg ingangen bij onderzoeksorganisaties die zich bezig houden met het internationale bedrijfsleven, maar ook bij Kairos (Christenen tegen Apartheid) en Pax Christi in Utrecht. Had eerst vooral Zuid Afrika zijn interesse, de laatste tijd toonde Paul Oosterbeek meer belangstelling voor
milieuzaken. Begin 1994 probeerde hij -zonder succes overigens- een campagneleider van Greenpeace, die hij
nog kent via Kairos, te verleiden tot een lunchafspraak. Greenpeace startte onlangs de nieuwe campagne tegen
de chloorindustrie met acties tegen Akzo-chemie.
8.Wat doen bedrijven met informatie over de bezigheden en plannen van dit soort tegenstanders? Dat is voor een
deel af te leiden uit het relaas van clubs die constateerden dat interne stukken in de openbaarheid kwamen.
Awepa is niet het enige slachtoffer van de Telegraaf. Via verslaggever Joost de Haas zijn meer documenten
van de oud- papierman op de redactieburelen terechtgekomen. Ook een actiegroep tegen de Golfoorlog die
gebruik maakt van het pand van de Filippijnengroep Nederland vond haar notulen terug in de krant. De
fondsenorganisatie X-Y overkwam hetzelfde.
Een iets minder groffe manier om actiegroepen het gras voor de voeten weg te maaien is de volgende.
Bij de zoektocht naar de oorzaak van het lek werd aan één ding niet gedacht. Dat was het oud papier. Allerlei
andere mogelijkheden passeerden de revue, wat zorgde voor de nodige onrust. Uiteindelijk bood de onthulling
van de ware identiteit van de oud-papierman een sluitende verklaring. Het was dus niet een afgetapte faxlijn;
iedere fax die binnenkomt wordt gecopieerd op normaal papier, het origineel gaat bij het oud papier. Dozen
vol foute fotocopiën en afgekeurde uitdraaien werden volkomen vrijwillig afgegeven, in de veronderstelling
dat het voor een goed doel was.29
Opvallend is de reactie van de betrokken clubs op deze alternatieve vorm van bedrijfsspionage. Die kenmerkt zich door terughoudendheid. Liever dan publiekelijk kond te doen van verontwaardiging over dit soort praktijken, hult men zich in stilzwijgen. Om op speaking terms te blijven met de betrokken bedrijven of niet teveel opzien te baren in verband met lopend onderzoek of een belangrijke subsidieaanvraag. De geleden schade wordt ontkend of -na de aanvankelijke schrik- weer zoveel mogelijk naar beneden gepraat. Een vergelijking met reactie problemen in het 'echte' bedrijfsleven dringt zich op. Om het met de Amerikaan Toffler maar eens wat plastisch uit te drukken: "Slachtoffer zijn van bedrijfsspionage is zoiets als geslachtsziekte hebben. Velen kunnen ermee besmet zijn, maar niemand wi
|